Lip
Bijt ik op mijn lip,
zit je hoofd er tussen.
Zit ik lekker wat te kluiven,
zijn het jouw botjes.
Maak ik een gedicht,
bemoei jij je er weer mee.
Lip
Bijt ik op mijn lip,
zit je hoofd er tussen.
Zit ik lekker wat te kluiven,
zijn het jouw botjes.
Maak ik een gedicht,
bemoei jij je er weer mee.
Diner
Zonder ‘n illusie te scheppen
draaiden wij in de rondte.
Nagels werden gescherpt,
de tangen werden gebruikt.
‘t Is bij ‘t paadje daarginds,
waar we dineerden.
Narcist
Klaas zit op de basisschool.
Zijn juffrouw zegt:
‘Denk je dat je Jezus bent?’
Klaas is verdrietig
Juffrouw bidt voor Klaas.
Klaas is een narcist;
Klaas moet zich schamen.
Een vreemde wereld
Klaas loopt over straat.
Daar komt Pieter aan.
Pieter trapt Klaas in zijn maag.
Pieter is een ‘sociale’ jongen.
Klaas heeft een stoornis.
Trechter
De lens
is rood.
Bekeken,
voel ik mij.
Ik amuseer.
Want
ik weet
dat het
rood
ergens
weer wegstroomt.
Gerechtigheid
door een trechter.
Verleden
Het snoeien
van de plant
doet
tranen ontkiemen.
Het bloed
van de klok
laat
wanen tikken.
Wanneer je
het verleden
haat
vervormt
de toekomst.
Machine
Gevoelens zijn
zo kwetsbaar
doch
zo onaanraakbaar.
Maar in
de machine
worden ze
verplet.
Gevoelens zijn
zo subjectief
en ook
zo manipulatief.
Maar in
de machine
is alles
binair.
Gedachten
Je bent een man
van retoriek;
leeg van binnen
en ook van buiten.
Zijn holle woorden
van mijn gedachten.
Soms worden zij opgeroepen
door externe krachten.
Je bent een man
van dynamiek;
soms ontdaan
soms megalomaan.
Zijn ietwat gezwollen woorden
waarin enige waarheden rusten.
Sterker
Soms presenteer
ik mij
sterker dan
ik ben
sterker
dan
mijzelf
Een dikke
jas
is niet
wat
ik ben
sterker
dan
mijzelf
Geïrriteerd
Geïrriteerd ten top
schieten wij
geheel niets
met woorden op
anders dan
tijdelijke vree.